Recepten

Een noedelsoep recept waar je echt blij van wordt

Noedelsoep met ei paksoi en kimchi

Weinig dingen maken zo snel zo blij als een kom noedels in écht lekkere soep. Jammer alleen dat je er voor naar een Aziatisch restaurant moet. Ik had me er al bijna bij neergelegd dat ik thuis niet verder zou komen dan best prima noedels, tot ik dit noedelsoep recept tegenkwam.

Ooit liep ik verkleumd door Amsterdam, met loopneus en gevoelloze vingers (een mens moet wat over hebben voor een bezoek aan haar favoriete toko). Mijn maag knorde, ik gromde en toen was daar Ramen-ya, een kelder vol dampende kommen soep en slurpende mensen. Ik kreeg mijn eigen kom en na één diepe ademteug werd alles beter. Dit was een kom met magische stoom. Hij was hartig en complex, alsof de soep was gemaakt door een Japanse oma met een zeer geheim recept. Tegelijkertijd was hij lichtvoetig en zette hij mijn speekselklieren keihard aan het werk.

Eenmaal naar binnen geschept ging de soepmagie verder. Mijn mond vulde zich met grote smaak, lekker vet en zout aan de oppervlakte en veel spannender in de diepte.  Elke hap moedigde aan om er nog één te nemen,  een effect dat nog verder werd versterkt door de glibberige noedels, knapperige lente-ui en een net niet hard gekookt ei. Mijn plezierneuronen draaiden overuren. Het is inmiddels alweer een paar jaar geleden, maar nog krijg ik accuut trek als ik aan die soep denk.

En precies dat lukt dus niet als ik zelf noedelsoep maak. Natuurlijk is het niet erg ingewikkeld om thuis een prima soepje te maken. Met gember en kurkuma bijvoorbeeld, of gewoon met een scheut sojasaus in de bouillon. Niks mis mee als ontspannen maaltijd. Alleen vullen die thuissoepjes je niet van kruin tot tenen met een diep gevoel van welbehagen- niet als ze uit mijn keuken komen in ieder geval.

Tenminste, dat deden ze niet tot ik bacon and egg ramen tegenkwam op Food52. Het eigenlijk een vrij simpel recept op basis van kippenbouillon, maar met een paar extra’s die de soep van prima naar Heel Lekker tillen. Het belangrijkste verschil maken de spekjes die je in de bouillon kookt. Al het heerlijke vet dat eruit smelt is een soort sluiproute naar soep die smaakt alsof je varkensbotten lang en zachtjes hebt laten trekken. Maar dan zonder alle tijd en, uhm, varkensbotten die je daarvoor nodig hebt. Hartig, vlezig, een tikkie exotisch- je kippenbouillon weet niet wat haar overkomt.

De spekjes krijgen hulp van een stuk gember, een stengel citroengras, uiteraard knoflook (knoflook maakt de meeste dingen beter) en een lepeltje sojasaus. Oeh, en van nog een verrassend ingrediënt dat een groot verschil maakt voor lekkere noedelsoep: balsamico azijn. Gebruik een niet al te zoete variant en krijg een heel grote grijns op je gezicht van hoe oppeppend hij werkt. Het oorspronkelijke recept schrijft overigens zwarte azijn voor, die minder zoet is dan balsamico. Maar ja, om nou voor je makkelijke noedelsoep helemaal naar de toko af te reizen… Mocht je er toch zijn, neem zeker een fles Chinkiang azijn mee. Kost weinig, smaakt intrigerend en maakt je soep nog specialer.

Ik wil niet beweren dat wat er vervolgens uit je pan komt net zo adembenemend goed is als wat een Japans restaurant je voor kan zetten. Maar het is heel fijn, makkelijk en je wordt er welhaast gegarandeerd blij van. Slurp lekker, drukke mensen.

Muurschildering van jongen met kom noedels
Noedel street art (Georgetown, Maleisie)

Noedelsoep met spekjes en ei

Gebaseerd op een recept van The Maine Course, gevonden op Food52

Voor 4 kommen

Verwarm 1 pot kippenbouillon van De Kleinste Soepfabriek met ruim een pot water (of gebruik ongeveer een liter niet te zoute zelfgetrokken bouillon; andere bouillons uit pot die ik heb geprobeerd zijn te zout voor dit recept) en een ons gerookte spekreepjes, een stukje geschilde gember van ongeveer 5 cm, een gekneusde stengel citroengras en twee gepelde en geplette tenen knoflook. Doe alles gewoon erin, zonder verder hakken of bakken. Laat ruim een half uur zachtjes pruttelen.

Kook in een andere pan noedels volgens de aanwijzingen op de verpakking (ik vind udon noedels van Hakubaku lekker, maar gebruik ook vaak gewoon mie). Giet de noedels af als ze gaar zijn en zet ze weg in koud water tegen het plakken. Alleen afspoelen met koud water is voor de meeste noedels niet genoeg- ik spreek uit plakkerige ervaring.

Kook 4 medium eieren in 6 minuten bijna hard en laat ze schrikken. Snijd drie lente-uitjes in dunne ringetjes.

Snijd een struik paksoi in dunne reepjes, houd wit en groen apart. Vis de gember, citroengras, knoflooktenen en spekjes uit de bouillon. Giet 2 eetlepels zoute sojasaus en 1 eetlepel balsamico azijn (of zwarte Chinkiang azijn) in de pan. Proef of je er nog iets bij wilt- zout, sojasaus, misschien nog wat azijn. Breng de bouillon dan weer aan de kook en doe het wit van de paksoi erbij. Kook een minuutje of twee, doe het groen erbij en zet het vuur uit. Meng goed zodat al het blad ondergedompeld wordt.

Pel de eieren en halveer ze. Verdeel de noedels (zonder water) over 4 kommen (je hoeft ze niet op te warmen), giet er de hete bouillon met paksoi over. Pel de eieren en leg in iedere kom twee helften. Bestrooi met de lente-ui. (Als je kimchi hebt, is die hier lekker bij.) Eet met stokjes en een grote lepel- en met sriracha of andere hete saus als je dat lekker vindt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *