Recepten

Havermoutpannenkoekjes voor het goddelijke huisvrouw gevoel

Havermoutpannnkoekjes op tafel

De kleuter komt de keuken in, sjort de gele kruk naar het aanrecht. “Mama, mag ik in het hoekje staan?” Ik stap opzij en ze nestelt zich naast me, één bil op het aanrecht. Razendsnelle voetjes stampen achter haar aan de keuken in. “Ik ook bij?” De peuter klimt op de kruk, nog net niet bovenop zijn zus.

Vaak gaat het op zondagochtend verrassend lang goed, twee kleine typjes in één hoekje. De kleuter legt de peuter uit hoe dingen zitten, de peuter “helpt” met roeren en schenken. We maken pannenkoeken, dus er valt genoeg te strooien en knoeien voor een kwartier harmonie. Als de samenwerking overgaat in het hardhandiger claimen van territorium (“mama, hij duwt me!”) is het gelukkig meestal tijd om te verplaatsen naar het fornuis. Sissende boter, hete pannen om vandaan te blijven en het kastje met sprinkels onder handbereik zijn zeker ook goed voor een kwartier rust op één kruk. Met twee pannen op het vuur is dat net genoeg tijd om het beslag op te maken en kunnen we aan tafel.

Welke pannenkoeken we eten gaat in fases. Toen de peuter er net was waren het vaak pannenkoekjes met blauwe bessen, we aten een tijd polenta pannenkoekjes met vanille en in drukke tijden komen er Dutch babies uit de keuken. Die kruising tussen pannenkoek en clafoutis wordt in één stuk in de oven gaar. Scheelt een hoop pannenkoekenomdraaitijd. Maar misschien wel mijn favorieten en zeker mijn redders bij weinig pannenkoekenpuf zijn deze overnachtende havermoutpannenkoekjes. Op zaterdagavond meng ik havermout, melk en een scheut citroensap. Drie minuten werk en ik kan naar bed met het tevreden gevoel dat het ontbijt in de maak is.

Op zondagochtend is de havermout zacht en gezwollen en is er alleen nog wat licht mengwerk voor we richting fornuis kunnen. Daar bevestigt dit recept elke keer dat ik er terecht dol op ben. Andere pannenkoekjes blijven tergend aan de pan plakken, of zijn zwart voor ze aan de binnenkant gaar zijn. Of ze lijken zich te gedragen tot ik ze omdraai en ze finaal uit elkaar vallen. Niets van dat al gebeurt met deze lekkerds. Schep na schep beslag verdwijnt in een hete pan en komt er na een paar minuten goudbruin weer uit, klaar om zoet omgedraaid te worden. In nog een paar minuten veranderen ze dan in een sappig pannenkoekje met stevige beet. Doordat er havermout en volkerenmeel in zit vullen ze een stuk beter dan de meeste pannenkoekjes, maar ze smaken niet zo gezond dat de koters ze weigeren. De gouden randjes alleen al zijn genoeg reden om ze keer op keer te willen bakken.

Uiteraard zijn er ook fases dat er helemaal geen pannenkoekjes uit de keuken komen. Als de koters om half zeven vinden dat de dag begint, kom ik heus niet verder dan een boterham met Nutella. Soms is het gekrijs al zo snerpend voor ik de mengkom maar uit de kast heb dat ik de koters de keuken uitgooi en we tosti’s eten. Maar omdat pannenkoekjes op zondag me dat onweerstaanbare goddelijke huisvrouwgevoel geven, verzamel ik op een gegeven moment altijd weer moed. En dan is het heel fijn om te weten dat deze pannenkoekjes er zijn voor een rustige terugkeer naar pannenkoekenland.

Overnachtende havermoutpannenkoekjes

Dit is een Amerikaans recept, van Orangette, voor pannenkoekjes met ongeveer de maat van een onderzetter.

De avond van te voren: Meng 200 gram havermoutvlokken met 450 ml melk en het sap van een halve citroen. (Geen zorgen, de pannenkoekjes worden niet zuur. Ik denk dat het sap er is om het bakpoeder dat je morgen toevoegt aan te zetten tot actie. In ieder geval proef je er na het bakken niets van.) Zet het mengsel in de koelkast.

De morgen dat je wilt eten: Haal de havermout uit de koelkast. Meng in een andere kom 250 gram bloem met een theelepel baksoda, een theelepel bakpoeder en een flinke snuf zout. Smelt 100 gram boter (of een flinke klont, als bijna een half pakje boter je te gortig vindt) en laat even afkoelen. Meng twee eieren en de gesmolten boter door de havermout. Roer er dan het bloemmengsel door- het wordt een heel dik beslag.

Laat een koekenpan warm worden en doe er een beetje neutraal smakende olie in. Schep ongeveer drie eetlepels beslag per pannenkoekje in de pan en bak tot de onderkant mooi goudbruin is en de randjes van de bovenkant beginnen te stollen. Draai de pannenkoekjes om en bak ze nog even tot ook de tweede kant goedbruin is. Herhaal tot het beslag op is. Eet ze zo warm mogelijk met iets zoets- maple syrup, stroop, jam, Nutella.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *