bakken,  Brood en snacks,  Recepten

Kaaskoekjes voor koters met een uitsteker (en voor iedereen anders)

Geel bordje met kaaskoekjes

Koekjes maken is leuk. Beetje boter, bloem en smaakjes door elkaar roeren, bakken en *boem*. Een heerlijk geurend huis en een stapel lekkere dingen. De eerste drie decennia van mijn leven vond ik dat je die koekjesvreugde vooral niet moet laten dempen door uitsteekvormpjes. Elke keer dat ik uitsteekkoekjes maakte was halverwege het deeg mijn enthousiasme op. Ik was overtuigd team vrije-vorm-koekjes.

En toen kwamen de koters en werd de zaak anders. Koters willen namelijk helpen- de mijne in ieder geval wel. Nu is hulp van kleine kinderen best schattig, maar niet erg… behulpzaam. Het maakt uit of er een theelepel of een potje bakpoeder de kom in verdwijnt, en één keer in mijn leven een doos eieren van de keukenvloer dweilen vind ik genoeg. (Okay, okay, hij was op één ei na leeg. Maar toch.) Dus heb ik een nieuwe truc ontwikkeld. Ik nodig de koters pas uit in de keuken als het deeg klaar is. “Gaan jullie maar even spelen, dan kunnen jullie zometeen helpen met koekjes uitsteken.” Rust aan het koekjesfront EN de kinderen trots omdat ze mogen helpen. Tiehie.

Moet ik natuurlijk nog wel mijn geduld bewaren terwijl die kleine, warme handjes de ene na de andere onherkenbare blob op de bakplaat parkeren. Maar hee, zelfgemaakte koekjes zijn een beetje wonky. En als onze koekjes er de komende jaren extra zelfgemaakt uitzien, dan kan ik daar prima mee leven. Ik houd nog wel in de gaten dat alles ongeveer dezelfde dikte heeft (want bij ongare koekjes naast aangebakken exemplaren trek ik een lijn), maar verder laat ik het gaan. Poppetjes en herkenbare letters zijn voor watjes. Bovendien, de kleuter creëert al heel aardige dingen. Wie weet zijn we volgend jaar wel toe aan het bakken van sterretjes voor de kerstboom.

Of niet.

In ieder geval maken we nu eerst kaaskoekjes. Ik denk dat deze intens kazige, boterige koekjes een welkome aanvulling zullen zijn op de suikergolf die Sinterklaas de komende weken over onze feesttafels uitstort. Ze ruiken bij het bakken absoluut onweerstaanbaar en ze zijn zo lekker hartig dat ze perfect tegenwicht bieden aan kruidnoten en banketletters. Met deeg dat in een minuut of tien klaar is en zich prima houdt onder heel veel kotercreativiteit, is dit mijn vroege Sintcadeautje aan jullie. Steek en eet smakelijk, drukke mensen.

P.S.: Toch liever koekjes bakken zonder uitsteker? Wat dacht je van deze amandelmeel koekjes op z’n Chinees? Op zoek naar nog meer borrelsnacks? Deze Japanse kipgehaktballetjes zijn altijd een hit.

Foto van rauw kaaskoekjesdeeg in verschillende vormen

Kaaskoekjes om uit te steken

Een variatie op een recept voor volkoren goldfish crackers van Smitten Kitchen

180 gram geraspte extra belegen kaas

60 gram roomboter, op kamertemperatuur

60 gram volkorenbloem

30 gram bloem

1/8 theelepel zout

Klop de boter tot een zachte massa en meng er dan heel grondig de kaas, twee soorten bloem en zout door. Ik laat mijn KitchenAid het werk doen, maar het oorspronkelijke recept schrijft een keukenmachine voor. Een gewoon elektrische mixer en wat geduld werken vermoedelijk ook. Je werkt toe naar een samenhangende, mooi gelijkmatig gemengde bal deeg.

Leg het deeg een half uur in de koelkast, verpakt in bakpapier. Haal het dan uit de koelkast en rol het uit tot een plak van een millimeter of drie. Ik doe dat tussen het bakpapier (dus rol over het papier, in plaats van over het deeg zelf) tegen het plakken, maar ook zonder dat is het uitrollen niet lastig. Verwarm je oven voor op 175 graden Celsius. Steek vrij kleine vormpjes uit, rol de restjes opnieuw uit tot een plak en herhaal tot je deeg op is.

Bak de koekjes in 12-15 minuten diep goudbruin. (Het originele recept zegt dat je moet stoppen met bakken als de randjes net bruin zijn, maar de buikjes zijn dan niet helemaal knapperig en dat vind ik jammer. Probeer wat jij het lekkerst vindt.) Laat ze afkoelen voor je ze eet.