Lekkere avonturen

Streets of the World

Ik nam de koters voor het eerst mee naar een tentoonstelling en het was een avontuur:

De koters rollen schaterend en met pikzwarte handen over elkaar en de pluche leeuw die in een Zaanse fabriekshal tussen de foto’s ligt. Hun gegiechel stuitert door de ruimte. Het gaat naadloos over in hoog gegil als Daniel een leeg zijkamertje ontdekt. Ik kan van waar ik sta (bij een foto van een Senegalese moeder met een mand op haar hoofd) niet zien wat er in het kamertje is en sprint erop af. Dolle pret bij Daniel. Hij roetsjt naar binnen.

‘Nee. Nee, Daniel. Nee!’ Mijn geroep is futiel, uiteraard. De grijsgekrulde dame naast me fronst. ‘Houd. Die. Krijserds. Lekker. Thuis,’ ik hoor het haar denken. Maar ja, de krijserds zijn er en ondertussen sta ik er weer naast. Pfieuw. Het kamertje heeft gewoon een vloer (geen valluiken) en vier muren (geen gaten om uit te vallen) en verder voornamelijk heel veel stof. Goed, zijn knieën waren toch al zwart. ‘Daniel, kom hier. We gaan weer foto’s kijken. Kom!’

Terug tussen de foto’s neemt Léa het stokje over. ‘Mama. Mah.Maa! Gaan we nu naar Afrika?” “Dit is Afrika, lieverd, kijk maar.” ‘Waaro-hom?’ Het is een terechte vraag en inmiddels heb ik me het ook al een paar keer afgevraagd. Waarom vind ik het nodig om twee minimensen naar een fototentoonstelling te slepen?  Het is iets met het ontdekken dat de wereld groter is dan het Gooise R-gebied waar ze doorheen worden gebakfietst. (Lichtelijk ondermijnd door de menukaart van de koffiebar waar we drie minuten na binnenkomst al staan. Hij hangt aan elkaar van de supersmoothies en veganistisch gebak en zou het bij Blushing in Blaricum prima doen.) En iets met Daniel die van foto’s houdt en het vast leuk vindt om er 195 heel groot te zien.

Maar voorlopig zijn de knuffelbeesten dus veel interessanter en heb ik de koters al talloze keren uit verboden hoekjes getrokken. Ik besluit dat genoeg genoeg is en roep “Kom! We gaan naar huis.” Léa kijkt blij verrast, Daniel grijnst en geeft nog een laatste ferme klap op één van de gekleurde spots die overal staan. Jacco en ik laten onze schouders zakken en kijken elkaar aan: “Wel goed dat we geweest zijn, toch?”

Er was veel “nee, niet doen!” en weinig aandacht voor de plaatjes aan de muur. Maar Daniël heeft een hoop “auto! auto!” gespot en Léa heeft ontdekt dat Afrika bestond. Ik ben er aan herinnerd dat onze straten veiliger en fijner zijn dan vrijwel alle andere straten in de wereld. Herinnerd aan hoe dankbaar ik mag zijn dat de koters hier opgroeien en mijn grootste zorg is dat een fronzende vijftiger vindt dat ze niet zo’n herrie moeten maken. Blij tik ik Léa op haar schouder: “Doen we wie het eerst bij de auto is?” Hard lachend stuift ze er vandoor.  Sorry, grijze dame. (Niet sorry.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *